Beperkingen van Cognitieve GedragsTherapie

De heilige graaf van de reguliere psychotherapiewereld is cognitieve gedragstherapie (CGT). CGT is een bewezen effectieve therapie voor veel psychische problematiek. CGT leent zich goed voor wetenschappelijk onderzoek omdat het veel wordt toegepast en doordat de werkwijze sterk geprotocolleerd is. Geprotocolleerd wil zeggen dat de stapsgewijze werkwijze vastligt, vergelijkbaar met een recept of met een computerprogramma. Zolang de therapeut de stappen maar op de juiste manier volgt zal de therapie werkzaam zijn. Psychologisch inzicht, empathisch vermogen, intuïtie en meesterschap van de therapeut spelen dan een ondergeschikte rol. Dit maakt de methodiek belangrijker dan de therapeut waardoor de werkzaamheid van de methode goed onderzocht kan worden. Hoe minder geprotocolleerd een therapie, hoe groter de impact van de individuele therapeut en dus hoe moeilijker het bewijs van de methodiek an sich. In tegenstelling tot veel andere therapievormen is CGT dus evidence based, simpelweg omdat vele andere therapievormen niet wetenschappelijk zijn onderzocht. Onderzoek naar weinig geprotocolleerde therapievormen waarin de ervaring van de therapeut een grote rol speelt kan hooguit een uitspraak doen over de effectiviteit van de betreffende therapeut en niet over de methode. Kortom, wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van psychotherapie is uiterst lastig. Desondanks heeft de wetenschappelijke psychologie zich, mede onder druk van de zorgverzekeraars, volledig verschanst achter de vlag van evidence based werkwijzen. De rigiditeit waarmee door veel wetenschapsbeoefenaren achter deze vlag wordt aangelopen doet niet veel onder voor de mindset van religieuze fundamentalisten. Alles wat niet is bewezen wordt neergesabeld en weggezet als kwakzalverij. Dat bewijs ontbreekt, simpelweg omdat er geen onderzoek is gedaan of dat sommige aspecten nou eenmaal heel moeilijk onderzocht kúnnen worden, wordt daarbij gemakshalve over het hoofd gezien.

Complex trauma
Uit onderzoek blijkt CGT goed te werken bij irrationele angsten zoals angst voor spinnen. Beduidend minder goed is de werkzaamheid bij mensen met een posttraumatisch stresssyndroom en bij mensen die lijden aan de gevolgen van een moeilijke jeugd (ontwikkelingstrauma oftewel complex trauma). Het antwoord op de vraag waarom de werkzaamheid van CGT beperkt is bij deze problematieken ligt al in het woord CGT besloten. CGT gaat vooral over cognitie (denken) en gedrag en veel minder over emotie. Toch zullen de meeste mensen de vraag ‘wat drijft je het meeste: gedachten, gedrag of emotie’ beantwoorden met: emotie. Mensen zijn emotionele wezens. Zelfs de grootste rationalist wil zich binnen zijn denkraam prettig voelen. Gevoelens en emoties spelen echter in de wetenschappelijke psychologie (om van de psychiatrie maar te zwijgen) een ondergeschikte rol in vergelijking met cognities en gedrag. Er zijn cognitieve psychologen en gedragspsychologen maar geen emotiepsychologen. Hoe komt dit?

Psychoanalyse
In de wetenschappelijke psychologie heeft de gedragspsychologie een grote vlucht genomen omdat gedrag duidelijk zichtbaar en dus meetbaar is. De Freudiaanse psychoanalyse is in de eerste helft van de vorige eeuw steeds meer onder vuur komen te liggen als zijnde onwetenschappelijk. Psychologen hunkerden naar wetenschappelijke erkenning en grepen de gedragspsychologie dan ook met beide handen aan. Om maar niet als onwetenschappelijke fantast te worden weggezet grepen psychologen alles aan wat objectiveerbaar en dus meetbaar is en werd subjectiviteit en introspectie afgewezen. Emoties werden zo een wetenschappelijk stiefkindje. Emoties en gevoelens zijn zo subjectief, lastig meetbaar en moeilijk te definiëren. Het standaardwerk ‘Psychologie, een inleiding’ van Philip Zimbardo beslaat 612 bladzijden waarvan er slechts 18 gaan over emoties. Men is het er zelfs niet over eens over er nu 6,7 of 8 elementaire emoties zijn.

Holistische psychologie
Inzicht in gelaagdheid (archeologie) en subtiliteit van emoties en gevoel zoals onderkent in verschillende holistische complementaire stromingen waaronder de Zijnsorientatie, ontbreekt volledig in de wetenschappelijke psychologie. Niet gek dus dat door de nadruk op evidence based methodieken emoties en gevoelens ondergeschoven kindjes zijn. Therapievormen met gedrag en gedachten als ingang voeren de boventoon. Door het taboe op introspectie blijft de wetenschappelijke psychologie gericht op het objectief meet- en bewijsbare – outer science –  en komt een op introspectie gebaseerde inner science niet van de grond (een mooi voorbeeld van inner science is de boeddhistische psychologie). Gelukkig zijn wetenschappelijk opgeleide psychologen ook mensen en kijken ze stiekem weleens bij zichzelf naar binnen waardoor ze toch begrip en empathie voor hun emotie-gedreven cliënten ontwikkelen. Ondanks hun opleiding zijn er toch goede psychologen en psychiaters!

Psychotraumatologie
Toch is er een wetenschappelijk vakgebied waarin de impact van verstoorde emoties op het menselijk welbevinden wordt onderkend en letterlijk in beeld gebracht: de neurowetenschap en met name de psychotraumatologie. Divers onderzoek toont onomstotelijk aan dat trauma het brein veranderd. Op MRI scans is letterlijk te zien hoe bepaalde hersengebieden offline gaan als proefpersonen worden herinnert aan een traumatische gebeurtenis. Globaal gesproken kan het brein opgedeeld worden in het rationele brein (de prefrontale cortex) en het emotionele brein (het zoogdierenbrein – limbisch systeem – samen met het reptielenbrein). Onderzoek toont aan dat gebieden in het emotionele brein oplichten als psychische kwetsbaarheid wordt getriggerd. Het emotionele brein van getraumatiseerde mensen huisvest een chronisch verstoorde vecht- of vlucht respons waardoor ze óf overmatig reageren (hyperarousal) óf teruggetrokken en afgesloten (hypoarousal). Tevens blijkt het rationele brein (de dorsolaterale prefrontate cortex) géén directe verbinding te hebben met het emotionele brein.

Je kunt dus wel gaan begrijpen waarom je je op een bepaalde manier voelt maar dit verandert niet hoe je je voelt. Dit is de reden waarom CGT maar zeer beperkt werkzaam is bij verstoringen in het emotionele brein zoals bij complex trauma het geval is. In de woorden van psychotraumatoloog psychiater Bessel van der Kolk:

“Als we onze posttraumatische reacties willen helen dan hebben we toegang nodig tot ons emotionele brein via limbisch-systeem therapie. We kunnen dan ons defecte alarmsysteem repareren en ons emotionele brein herstellen tot zijn oorspronkelijke taak: het op de achtergrond uitvoeren van huishoudelijke lichaamstaken zoals het op een tijdige manier eten en slapen; het je kunnen verbinden met intieme partners en het jezelf en je kinderen kunnen beschermen tegen gevaar.”

Prof. Dr. Bessel van der Kolk. Auteur van ‘Traumasporen’

Kenmerkend voor vormen van limbisch-systeem therapie is dat ze lichaamsgericht zijn. Mindful aandacht geven aan lichaamssensaties en geleidelijk de tolerantie voor het verdragen van pijnlijke gevoelens verhogen is een belangrijk principe in deze therapievormen. Het hersengebied dat betrokken is bij bewuste aandacht (de mediale prefrontale cortex) heeft neurologisch gezien wél directe toegang tot het emotionele brein in tegenstelling dus tot het rationele brein.

Alleen met de ingang van denken en gedrag zoals in cognitieve gedragstherapie kom je er dus niet. De focus dient te liggen op het tot rust brengen van het emotionele brein door het helen van de emotioneel-energetische traumatische verstoringen. CGT ontbeert hiervoor de emotionele diepgang maar kan wel prima als aanvulling op limbisch-systeem therapie worden gebruikt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *