Emotionele verlating

Recentelijk was ik op de Crazywise conferentie in Amsterdam. Daar was ook Ralph Kupka, bekend psychiater en hoogleraar bipolaire stoornissen. Ik nam de gelegenheid te baat om hem een flyer van mijn praktijk te overhandigen (bipolairanders.nl) en een kort praatje te maken en vertelde hem iets over mijn visie.

Volgens Dr. Kupka zijn er verschillende typen bipolaire stoornis. Bij een deel van de bipolaire patiënten zou trauma een grote rol kunnen spelen maar bij anderen niet. Kupka: er zijn nogal wat patiënten die niet getraumatiseerd zijn en toch een bipolaire stoornis ontwikkelen. Op mijn reactie dat bij deze patiënten idealisering een grote rol kan spelen ging hij niet in.

Wat ik ook had willen zeggen is dat naast idealisering ook een ander psychisch mechanisme een rol kan spelen: zelfverlating vanuit de liefde van het kind voor de ouders. Hiervan is sprake als het kind zichzelf sterk aanpast aan de normen, waarden en verwachtingen die het ervaart vanuit zijn directe omgeving óf vanuit zichzelf. In een volgende blog ga ik hier dieper op in.

In deze blog ga ik verder in op de soms bittere waarheid die er achter het beeld van de fijne jeugd (= idealisering) verscholen kan liggen en nuanceer ik het begrip trauma.

Idealisering is het verschijnsel dat iemand terugkijkt op zijn of haar opvoeding en vindt dat het best goed is gegaan. Als er al geslagen werd dan had ik dat toch echt wel verdiend, hoor je dan. In een eerdere blog heb ik geschreven hoe Alice Miller in ‘Het drama van het begaafde kind’ het verschijnsel idealisering uitgebreid beschrijft.

Ik beschrijf op mijn website mijn visie dat bipolaire stoornis, evenals veel andere psychiatrische aandoeningen, het gevolg is van traumatische verstoringen, meestal in iemands jeugd. Inmiddels kom ik echter steeds meer tot de conclusie dat het woord trauma mensen op het verkeerde been zet. Men denkt bij trauma in eerste instantie aan schokkende heftige ervaringen zoals mishandeling of seksueel misbruik. Verschillende auteurs die werken met mensen met complex trauma wijzen er echter op dat vooral emotionele verwaarlozing de meeste impact heeft op een kind. Verwaarlozing ook in de zin van verlating: het kind aan zijn lot overgelaten wanneer het iets heftigs heeft meegemaakt, in plaats van er voor het kind te zijn met aandacht, steun en empathie.

Ingeborg Bosch, de grondlegger van PRI, schrijft hierover in ‘De onschuldige gevangene’:

Het ergste, pijnlijkste, meest verpletterende voor elk kind is dat het alleen is met zijn lijden – het kan eenvoudigweg nergens naartoe als er geen volwassenen zijn die zijn pijn zien, hem daar woorden voor geven en hem helpen om te voelen hoe groot zijn verdriet is.”

“Het ergste is niet de moeder die het kind negeert. Hoe erg dat ook is, het ergste is de vader die het ziet en niets doet.” En zelfs: “Het ergste is niet de vader die misbruikt. Hoe erg dat ook is, het ergste is dat de moeder de andere kant op kijkt, al dan niet bewust”.

“Het meest verpletterend voor het kind dat dit meemaakt, is het gevoel van eenzaamheid dat keer op keer achter alle pijn tevoorschijn komt. Dat er niemand is waar je heen kunt gaan met je pijn en je verdriet”.

Ingeborg Bosch – ‘de onschuldige gevangene’ – hoofdstuk 1

Ingeborg geeft diverse voorbeelden van ogenschijnlijk vanuit volwassen perspectief ‘milde’ gebeurtenissen die een verpletterende indruk maken op het kind (wat veel later in therapie aan de oppervlakte komt). Een voorbeeld is een kleuter die na bijna te zijn verdronken in een slootje naar mama rent om vervolgens haar boosheid over zich heen te krijgen omdat zijn kleertjes nat zijn geworden.

Pete Walker, overlever van complex trauma en therapeut gespecialiseerd in mensen met complex trauma schrijft:

ik ben me steeds meer gaan realiseren dat het emotionele en verbale misbruik me meer heeft beschadigd dan het fysieke misbruik. Voortdurende aanvallen met kritische woorden tast iemands zelfvertrouwen aan en vervangt dit met een toxische innerlijke criticus die ons voortdurend vindt tekortschieten.”

Pete Walker: Complex PTSD – from surviving to thriving

Ook Pete komt tot de conclusie dat het in therapie uiteindelijk gaat om het helen van een kern-verwonding die is ontstaan als gevolg van emotionele verlating en verwaarlozing. Als een kind zich langere tijd machteloos voelt door het ontbreken van een ouderlijke verbinding, leidt dit in toenemende mate tot gevoelens van angst, agitatie en depressie. Gebeurt dit vaker dan zal het kind zichzelf verlaten om de illusie van verbinding met de ouders in stand te houden. Deze verbinding is tenslotte essentieel. Dit gaat ten koste van de zelfwaardering, zelfvertrouwen, zelfzorg, zelfbelangstelling en zelfbescherming van het kind. Kortom, de opbouw van een gezond zelf komt in gevaar. Uiteindelijk kan iemands diepere zelfgevoel zo verweven zijn met pijnlijke gevoelens dat men toevlucht zoekt in dissociatie, zelfmedicatie, agressief gedrag naar anderen of naar zichzelf. Men ontwikkelt overlevingsstrategieën om de pijnlijke gevoelens eronder te houden en toch zo goed mogelijk te kunnen blijven functioneren.

Veelzeggend is dat uit onderzoek blijkt dat veel kinderen die aantoonbaar fysiek of seksueel zijn misbruikt géén complex posttraumatisch stresssyndroom ontwikkelen als er ten minste één volwassene in hun leven was bij wie het kind terecht kon en waar het kind zich gezien en gesteund voelde.

Meestal ontstaat de kern-verwonding al vóór het 4e jaar, dus in een tijd waaraan de latere volwassene heel weinig tot geen herinneringen heeft. Tel daarbij op de illusie van verbinding als noodzakelijke overlevingsstrategie en het wordt duidelijk dat veel mensen ten onrechte rooskleurig terugkijken op hun jeugd. Pete Walker:

Essentieel in een fundamenteel herstelproces is het stoppen met de bagatellisering en ontkenning van de emotionele verlating die heeft plaatsgevonden”

Pete Walker: Complex PTSD – from surviving to thriving

Als bipolaire mensen terugkijken op hun jeugd en geen herinneringen hebben aan fysiek of seksueel misbruik, kun je dan stellen dat de stoornis niet het gevolg is van trauma? Geenszins dus, tenminste als je het begrip trauma verruimt tot emotionele verwaarlozing en verlating. Het begrip trauma dekt de lading dus eigenlijk niet goed en kan beter worden vervangen door een begrip als emotionele verlating. Emotionele verwaarlozing roept associaties op met langere periodes alleen gelaten te zijn en dekt daarmee ook niet helemaal de lading. Kleine kinderen zijn uitermate sensitieve wezens. Te vaak onafgestemd en niet-empathisch reageren van ouders kan de kiem leggen voor de zelfverlating die later in het leven tot een scala aan problematiek kan leiden.

Kenmerkend voor zelfverlating is het ontstaan van zelfkritiek en zelfhaat. Het kind gaat denken dat het aan hem ligt dat hij niet krijgt wat hij nodig heeft. Hierdoor blijft er hoop bestaan: als ik maar braaf ben, goed genoeg mijn best doe, dan zal ik wél de aandacht en liefde krijgen die ik nodig heb. Het feit dat ouders het onvoldoende in huis hebben, is te vernietigend om waar te kunnen laten zijn. Zelfkritiek neemt vaak de vorm aan van een kern-overtuiging zoals ‘ik ben niet goed genoeg’ of ‘ik ben het niet waard’ et cetera. Deze kern-overtuigingen worden vervolgens overschaduwd door overlevingsgedrag in een poging om er het beste van te maken.

Kupka’s uitspraak dat er verschillende typen bipolaire stoornissen zijn kan ik volledig beamen. Eigenlijk net zoveel als er patiënten zijn, iedereen is net weer anders. Dat trauma (in ruime zin) bij sommigen geen rol speelt, wordt denk ik te snel geconcludeerd. Hoe kan je daar zeker van zijn? Soms begint het bij iemand pas later in het therapieproces te dagen dat de opvoeding toch minder ideaal was dan gedacht. In de anamnese afgaan op wat iemand vertelt over zijn of haar jeugd is dus onbetrouwbaar.

Toch heeft Kupka het ook bij het rechte eind: soms speelt trauma inderdaad geen rol, ook niet in de zin van emotionele verlating. Echter, wat dan volledig over het hoofd wordt gezien, is dat er wel degelijk sprake is van zelfverlating, soms zelfs in ernstige mate. Deze zelfverlating is ontstaan vanuit de wens van het kind om aan verwachtingen te voldoen en de ouders niet teleur te stellen. Meer hierover in mijn volgende blog.

Ok, een bipolaire stoornis is niet altijd het gevolg van trauma. Maar het is wél altijd een gevolg van zelfverlating: het niet meer samenvallen met je authentieke zelf door (deels) te gaan leven vanuit een pseudo-zelf.

Doordat de psychiatrie onvoldoende kijkt vanuit een diepte-psychologische blik, wordt de zelfverlating vaak niet gezien. Men concludeert dan dat de oorzaak wel genetisch-fysiek zal zijn, ondanks het feit dat hard bewijs voor deze stelling maar niet wordt gevonden.

Stel dat er van zelfverlating geen sprake is. Dan mag je verwachten dat een kind een gezond en stevig zelf ontwikkelt. Zijn er mensen die voordat hun bipolaire stoornis zich openbaarde (en in hun stabiele periodes), goed in hun vel zaten? Die in voldoende mate beschikten over zelfwaardering, zelfvertrouwen en het vermogen tot zelfbescherming en goede zelfzorg? Die weinig zelfkritisch zijn en geen zelfhaat kennen?

Zo ja, dan is er vermoedelijk van zelfverlating geen sprake en liggen er andere oorzaken aan de stoornis ten grondslag.

2 thoughts on “Emotionele verlating

    1. Dat bipolariteit in bepaalde families meer voorkomt dan gemiddeld is een feit. Dan wordt al snel de conclusie getrokken dat de stoornis ‘in de genen zit’ en dus erfelijk is. Op deze conclusie zijn verschillende dingen af te dingen:
      – Genetische overerving is verre van eenduidig. Heel veel genen blijken een rol te spelen. Bovendien leert de egigenetica ons dat wélke genen tot expressie komen mede afhankelijk is van de omgeving. Dus van de ervaringen die iemand meemaakt.
      – Mijn vermoeden is het dat vooral karaktereigenschappen zijn die erfelijk zijn. Bijvoorbeeld de mate van gepassioneerdheid, levendigheid en creativiteit. Raakt passie, creativiteit en levendigheid beknelt door nare ervaringen dan kan dat een bipolaire stoornis tot gevolg hebben.
      – Als moeder depressief is heeft dit een grote psychologische impact op het kind. Zelfverlating ligt dan op de loer omdat het kind zijn/haar moeder wil ontzien. Dit kan dan later de bron zijn van waaruit het kind later dezelfde stoornis ontwikkelt.
      – Geheimen in een familie kunnen een grote energetische impact hebben op latere generaties. Psycholoog Franz Ruppert noemt dit bindingssysteemtrauma. Een verdrongen familietrauma zoals incest en moord kan energetisch ‘overerven’ op latere generaties en daar bij iemand tot ernstige problematiek leiden.

      Hiermee wil ik niet beweren dat er niet ook een directe genetische component een rol speelt. Maar ook al is die component aanwezig dan nog is het in mijn visie mogelijk om te herstellen door:
      – Het helen van oude emotionele pijn. Hierdoor lossen energetische blokkades op waardoor je levensenergie weer beter stroomt
      – Uit je hoofd te komen en je lichaam vollediger te gaan bewonen. Minder denken en meer voelen.
      – De nadruk te leggen op gronding, aarding en centreren van je energie.
      – Een gezonde emotiehuishouding aan te leren. Dit wil zeggen dat je emoties weer kunnen stromen: boosheid en verdriet kun je weer voelen en in jezelf toelaten en beheren.
      – Gezonde levensstijl veranderingen door te voeren op het gebied van eten, slapen, lichaamsbeweging, omega-vetzuren, daglicht, ritme, sociale contacten et cetera.
      – Zingeving en betekeningsgeving in je leven in te bouwen.
      – Jezelf heel goed te monitoren en direct op de rem te trappen als je energetisch gaat versnellen.

      Maar ja om echt verantwoordelijkheid te nemen voor je herstel moet je leven wel flink op de schop. Het is natuurlijk makkelijker om in de patiëntenrol te blijven en pillen te blijven slikken…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *