Trauma – wetenschappelijk bewijs

Een van ’s werelds grootste trauma-experts, Bessel van der Kolk, geeft in zijn boek The body keeps the score diverse voorbeelden van wetenschappelijk onderzoek waarmee de enorme impact van ontwikkelingstrauma onomstotelijk wordt aangetoond (Dit boek is vertaald als Traumasporen).

Van der Kolk is een wetenschapper pur sang en heeft zijn levenswerk gemaakt van studie en onderzoek naar trauma en de behandelwijzen van trauma. Hieronder een samenvatting uit het boek van enkele onderzoeken die door hem of anderen zijn verricht.

Adverse Childhood Experience (ACE) studie

Een grootschalig door Vincent Felitti uitgevoerd onderzoek naar de gevolgen van negatieve ervaringen in de kindertijd (= Adverse Childhood Experiences).

17.400 mensen vulden een vragenlijst in waarin werd gevraagd naar de 10 meest voorkomende negatieve ervaringen in de kindertijd zoals misbruik, geweld in het gezin, gepest worden op school, een ontbrekende ouder, de dood van een gezinslid of een ernstig ongeval. Iedere vraag beantwoord met ‘ja’ levert 1 punt op zodat de score kon variëren van 0 tot 10 punten. De deelnemers werden gedurende langere tijd gevolgd.

Conclusies:

1/3 van de mensen had geen negatieve ervaringen in de kindertijd: score 0.

De meeste mensen rapporteerden meerdere negatieve ervaringen

Aantal negatieve ervaringen Gevolgen
 4 of meer  50% van de mensen met een ACE score van 4 of meer had leer- en gedragsproblemen op school
 4 of meer 66% van de vrouwen leidt aan chronische depressie
35% van de mannen.
4 Kans op alcoholisme is 7x groter dan bij score 0
 4 of meer 33% kans om als volwassen vrouw te worden verkracht tegenover 5% kans met een score 0
6 5000% meer kans op zelfmoord dan met score 0
6 of meer 2x zoveel kans om te overlijden aan kanker

Effecten van gedesorganiseerde hechting – Karlen Lyons-Ruth

Karlen Lyons-Ruth onderzocht moeders met hun kinderen door video’s te maken van hun interactie. Alle moeders kwamen uit probleemgezinnen. 18 jaar later deed ze een vervolgstudie om te onderzoeken hoe het met de kinderen ging.

Conclusies:

De jonge kinderen met een verstoord communicatiepatroon groeiden op tot jongvolwassenen met een onstabiel zelfgevoel, impulsieve zelfbeschadiging (inclusief excessief geld uitgeven, binge eten, promiscue seks, middelen gebruik), woedeaanvallen en herhaalde zelfmoordpogingen.
Tot verbazing van de onderzoekers bleek de impact op kinderen van emotioneel teruggetrokken moeders heftiger en diepgaander dan de impact van vijandige en opdringerige moeders.

Kinderen waarvan de moeder in de eerste 2 jaar onafgestemd en afwezig was bleken als jongvolwassenen vaak dissociatieve symptomen te hebben. Ze voelde zich vanbinnen onecht en namen vaak hun toevlucht tot extreme gedragingen om nog maar iets te voelen, zoals zichzelf snijden.

Minnesota studie – Alan Stroufe

Vanaf 1975 volgde het team van Alan Stroufe gedurende 30 jaar 80 kinderen en hun families.

Conclusies:
Het niveau van door kinderen in de eerste 2 jaar gevoelde veiligheid is cruciaal voor de manier waarop de latere volwassenen omgaan met tegenslagen.
Kinderen van onvoorspelbare ouders reageren intens gefrustreerd op kleine tegenslagen. Ze hebben een permanent hoger niveau van arousal (= activatieniveau van het centrale zenuwstelsel). Ze zijn chronisch onzeker en angstig en zijn constant op zoek naar bevestiging in plaats van te spelen en te ontdekken.

Onderzoek naar de gevolgen van seksueel misbruik – Frank Putnam

Vanaf 1986 werd 20 jaar lang een groep van 84 meisjes gevolgd die seksueel waren misbruikt door een familielid. Deze groep werd vergeleken met een controlegroep van 82 vergelijkbare maar niet misbruikte meisje.

Conclusies:

Vergeleken met de controlegroep leden de misbruikte meisjes op latere leeftijd aan een grote verscheidenheid aan negatieve effecten: cognitieve ontwikkelingsproblemen; depressies; dissociatieve symptomen; problematische seksuele ontwikkeling; obesitas; zelfmutilatie, et cetera.

Op nieuwe negatieve ervaringen reageerden de misbruikte meisjes veel matter dan meisjes in de controlegroep als gevolg van de afstomping van hun stresssysteem. Ze werden veel vaker opnieuw misbruikt doordat ze hun grenzen onvoldoende aangaven.

In de puberteit hadden deze meisjes door hun fel overreageren of juist matheid meestal geen of weinig aansluiting bij leeftijdsgenoten.

De misbruikte meisjes waren gemiddeld 1,5 jaar eerder seksueel rijp dan de niet-misbruikte meisjes.

Onderzoek naar verdrongen herinneringen – Linda Meyer Williams

Williams interviewde 206 meisjes tussen 10 en 12 jaar nadat ze in het ziekenhuis waren opgenomen als gevolg van seksueel misbruik. 136 meisjes interviewde ze 17 jaar later opnieuw.

Conclusies:

38% dus ruim een derde van de meisjes had géén herinnering meer aan het misbruik 17 jaar eerder. Hoe jonger het meisje was en tijde van het misbruik, hoe groter de kans op vergeten. Misbruikt door een bekende maakt de kans op vergeten ook groter dan dat de dader een onbekende was.

Overige onderzoeksresultaten

Een kind van een depressieve moeder of een moeder met posttraumtisch stress syndroom heeft 6 keer zoveel kans op psychische problemen en 11 keer zoveel kans op het vertonen van hyper agressief gedrag.

In een studie  naar patiënten met een Borderline Persoonlijkheids Stoornis bleek 81% een achtergrond te hebben van ernstig kindermisbruik of verwaarlozing, meestal begonnen vóór het 7e levensjaar.

Bipolaire stoornis

Van der Kolk refereert in zijn boek meerdere malen aan de bipolaire stoornis als zijnde een misdiagnose.  Depressies en manieën zijn – net als veel andere psychiatrische klachten – vaak een uitdrukkingsvorm van de gevolgen van trauma. De diagnose die gesteld had moeten worden is ontwikkelingstrauma syndroom.

Manchester studie naar jeugdervaringen van mensen met een bipolaire stoornis

Een onderzoek dat zich toespitste op de geschiedenis van mensen met een bipolaire stoornis is het onderzoek dat door de Universiteit van Manchester is verricht in 2016

In dit meta-onderzoek bestudeerden men de resultaten van studies verricht tussen 1980 en 2014 met in totaal meer dan een miljoen patiëntgegevens. De vraag was of het hebben meegemaakt van negatieve ervaringen in de kindertijd de kans vergroot op het krijgen van een bipolaire stoornis.

Conclusies:

Mensen met de stoornis hebben 2,6 keer zoveel kans dat ze als kinderen emotioneel, fysiek of seksueel misbruik hebben meegemaakt. Bij emotioneel misbruik is de kans zelfs 4 keer zo groot op het krijgen van de stoornis.

In de woorden van de onderzoeksleider:

Veel onderzoek naar bipolaire stoornis heeft zich gefocust op bio-genetica, maar in het verlengde van eerder onderzoek naar schizofrenie denken wij dat een vergelijkbaar effect kan worden gevonden bij bipolairen. Het verband tussen een moeilijke jeugd en de uiteindelijke diagnose met deze ernstige aandoening is extreem sterk.

Dr Filippo Varese