Wat is er met je gebeurd?

Wat is er met je gebeurd?”. Met deze zin spraak Harry de man aan in de gang van de afdeling psychiatrie. De man stond onbeweeglijk met opgeheven arm met in zijn hand een groot mes. De verpleging was in rep en roer en durfde de man niet te benaderen. Men overwoog de politie te bellen. “Wacht even met bellen” zei Harry terwijl hij de lange gang in liep in de richting van de man. De man bleef stokstijf staan terwijl Harry zich niet te veel aantrok van een zekere spanning en de man naderde. Als antwoord op Harry’s openingsvraag “wat is er met je gebeurd” liet de man zijn arm zakken. Opnieuw vroeg Harry “Wat is er met je gebeurd dat je er nu zo aan toe bent?”

De man antwoordde, Harry luisterde en vroeg door vanuit een oprechte belangstelling voor diens belevingswereld. Na een flinke tijd op de gang gesproken te hebben meldde de verpleging dat ze de boel wilde sluiten. Harry: als ik niet hier met hem kan doorpraten dan ga ik met hem mee naar huis. Hij wilde het prille contact en de vertrouwensband niet opgeven alleen omdat de dienst erop zat. Hij ging inderdaad met de man mee naar huis en heeft daar nog uren met hem gesproken.

Harry studeerde ten tijde van dit gebeuren in de jaren tachtig nog geneeskunde en liep zijn co-schappen psychiatrie in het ziekenhuis in Heerlen. Harry was een atypische student. Halverwege de dertig. Studeerde geneeskunde en psychologie nadat hij eerder een studie natuurkunde had afgerond waar hij zo’n 11 jaar over had gedaan (dat kon nog in die tijd).

Harry vertelde mij recentelijk dit verhaal van de man met het mes, toen ik hem na 30 jaar weer had opgezocht. Harry is mijn reddende engel geweest toen ik op mijn 18e gedwongen was opgenomen, platgespoten en gesepareerd (meer hierover op de pagina over mijn psychose).  Enkele jaren na mijn opname kwam ik in Amsterdam terecht en is het contact met Harry langzaam verwaterd. Tot ik onlangs besloot om hem na al die jaren op te gaan zoeken in Maastricht, waar hij woont en werkt als natuurarts.

Het weerzien was bijzonder. We hebben onze herinneringen aan het hele gebeuren rond mijn opname wederzijds kunnen aanvullen. Zo was ik vergeten dat ik enkele weken na mijn herstel het initiatief had genomen om, samen met Harry, een gesprek aan te gaan met de psychiater die mij gedwongen had opgenomen. Ik confronteerde hem met de vraag waarom hij mij wilde opnemen en waarom hij dat op zo’n achterbakse manier had gedaan. Op deze vraag begon hij te stotteren en bekende dat hij niet meer wist wat te doen en vanuit angst had gehandeld.

Eerder had de psychiater ook gestotterd tijdens het beantwoorden van Harry’s vraag of hij in gewone bewoordingen kon uitleggen wat hij bedoelde met zijn uitsprak dat ik leed aan een ‘typisch paranoïde psychose’. Harry was op de avond van mijn opname op de crisisafdeling aangekomen, geschrokken van wat hij aantrof, en besloot direct de psychiater te vragen wat er met mij aan de hand was. Harry was volstrekt niet onder de indruk van gezag of macht en daagde de psychiater uit om zich niet te verschuilen achter een label en te vertellen wat er nu echt aan de hand was met mij.

Zoals een aantal jaren later bij de man met het mes was Harry bij mij ook werkelijk geïnteresseerd in wat er met mij gaande was. Zijn open, menselijke, geïnteresseerde houding was héél goed voelbaar en als balsem voor mijn diep gekwetste ziel. Wát een contrast was dat met de koele afstandelijke houding van de professionals.

Het is die houding die zo ongelofelijk belangrijk is ten opzichte van een mens in moeilijkheden. Openheid, ontvankelijkheid, geïnteresseerdheid, warmte, compassie en begrip zijn hier de sleutelwoorden. Bereidheid om het niet te weten en zich niet verschuilen achter diagnostische labels.

De laatste tijd is er binnen de GGZ een stroming in opkomst onder de naam de nieuwe GGZ. Men wil meer patiëntgericht gaan werken met meer aandacht voor herstel, ervaringsdeskundigheid, familie en omgeving. Minder geleid door DSM diagnoses. Wat mij betreft is echter de houding van de zorgverlener de belangrijkste factor. Met de juiste houding volgt de rest vanzelf. Meer Harry’s, minder hooggeleerde ‘professionals’.

Dat ook psychiaters tot deze conclusie kunnen komen getuigt het volgende stukje dat ik recent las in het boekje Iedereen Weet van de Belgische psychiater Edel Maex.

In mijn opleiding had ik geleerd mensen te beoordelen, te kijken naar stoornissen. Wat is er mis met deze mens? Ik merkte dat deze vraag naar de achtergrond verdween en plaatsmaakte voor een aantal nieuwe vragen:
Wie ben jij? Wat is jouw lijden? Kun je dat voor mij begrijpelijk maken? Begrijp je het zelf? Wat kun je ermee?
Waar ik mij voorheen schuldig voelde als ik iemand uit de wachtkamer ging halen met een paniekerig gevoel van ‘ik weet het zelf ook niet’, besefte ik dat dit niet-weten het beste was wat ik te bieden had. Dat ik de bereidheid had de ander de ander te laten zijn, de ander zijn verhaal te laten vertellen en naar hem te luisteren zonder het voor hem in te vullen met de mij toegemeten autoriteit van psychiater.

Psychiater Edel Maex in ‘Iedereen weet’

Een open compassievolle houding. Is die te leren als je niet van nature met zo’n houding begiftigd bent? Ja, door jezelf onder de loep te nemen, je angsten en pijnpunten onder ogen te zien, te doorvoelen en te transformeren. Door een persoonlijk en spiritueel ontwikkelingsproces door te maken. Helaas wordt hieraan bar weinig aandacht besteed in de reguliere opleidingen tot psychiater, psycholoog of andere zorgverlener. Door kennis uit boeken op te doen gaat je hart echter niet open, daarvoor is meer nodig. Door een flinke tijd jezelf als belangrijkste patiënt te zien, door de diepte in te gaan en bereid te zijn 1000 doden te sterven, lossen beperkingen langzaam op en opent zich je hart. Dan welt compassie vanzelf in je op ten overstaan van een mens die lijdt.

3 thoughts on “Wat is er met je gebeurd?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *